Yes: ik heb verloren! Zo werkt Cognitieve Dissonantie reductie.

De VVD won de verkiezingen in 2017. De PvdA verloor. Daardoor zijn PvdA-kiezers nu positiever over de VVD. Raar? Cognitieve Dissonantie. Het werkt als volgt.

Door Olaf Geysendorpher op 28 mei 2018

Als je verliest, baal je. Bij verkiezingen, bij sportevenementen of bij andere wedstrijden. Door flink te mokken mokken en somberen, ga je je alleen maar slechter voelen. Wat volgens wetenschappers wél helpt, is het positiever gaan nadenken over de winnaar. Dit gedrag heeft een wetenschappelijke naam: het reduceren van cognitieve dissonantie. Hoe werkt het?

Hoe werkt Coginitieve Dissonantie?

De cognitieve dissonantietheorie bestaat al sinds 1957. De theorie werd ontwikkeld door de sociaal-psycholoog Leon Festinger (1). Volgens zijn theorie houden mensen er niet van als de keuzes die ze maken, de verkeerde keuzes blijken te zijn. We proberen onze verkeerde keuzes daarom voor onszelf goed te praten.

Schulden? Dan positiever over schulden.

De wetenschappers Emma Davies en Stephen Lea ontdekten bijvoorbeeld dat studenten mét een studieschuld minder negatief zijn over het hebben van een schuld, dan studenten zonder studieschuld (2). In het onderzoek was het zelfs zo dat hoe hoger de studieschuld werd, hoe positiever de studenten werden over het hebben van die schuld.Op die manier reduceerden de studenten hun cognitieve dissonantie. Anders gezegd: de studenten verkleinden hun negatieve gevoel over de situatie die was ontstaan, en waaraan ze op korte termijn toch niks meer konden veranderen. 

Verkiezingen 2017 en de 600.000 PvdA-verliezers

De verkiezingen 2017 kende meer winnaars dan verliezers. Toch zullen de bijna 600.000 mensen die op de PvdA hebben gestemd, achteraf toch wat vraagtekens hebben gehad. Waarom wilden ze ook al weer op de PvdA stemmen? Gelukkig is er hoop voor die kiezers. Dat blijkt uit het volgende onderzoek. 

Dissonantie-onderzoek bij verkiezingen

In 2001 publiceerden de onderzoekers Ryan Beasley en Mark Joslyn de resultaten van een langlopend onderzoek (3) genaamd: Cognitive Dissonance and Post-Decision Attitude Change in Six Presidential Elections. Een hele mond vol. Beasly en Joslyn namen in het onderzoek enquêtes af onder stemgerechtigden en vroegen aan hen wat hun mening was over presidentskandidaten. Ze vroegen een mening over Republikeinen én de Democraten. En ze vroegen dit zowel vlak vóór als vlak ná de verkiezingen. Ze deden hun verkiezingsonderzoek in de jaren 1972, 1980, 1984, 1988, 1992 en 1996.

Positiever over winnaar verkiezingen

De resultaten van hun onderzoek waren bijzonder. Het bleek dat de stemmers hun mening over de kandidaten ná de verkiezingen aanpasten. En dan met name als ze op de verliezende kandidaat hadden gestemd. Had hun kandidaat verloren, dan zwakten ze hun eigen mening over die kandidaat af. Ná het verlies van hun kandidaat, waren ze 5,7% negatiever dan vóór de verkiezingen. Maar dat niet alleen. Ze werden ook 4,4% positiever over de winnende kandidaat. Hadden mensen gestemd op de winnende kandidaat, dan bleef hun waardering over zowel winnaar als verliezer gelijk.

We love Rutte!

Trekken we op basis van dit onderzoek een parallel naar de verkiezingen 2017 in Nederland, dan zijn PvdA-kiezers na de verkiezingen in 2017 dus 4,4% positiever geworden over Mark Rutter en 5,7% negatiever Lodewijk Asscher. We love Rutte! Sorry Lodewijk. 

Bronvermeldingen bij dit artikel:

  1. Festinger, L. (1957). A theory of cognitive dissonance. Stanford, CA: Stanford University Press
  2. Davies E. en Stephen E. G. (1995) Lea. Student attitudes to student debt. Journal of Economic Psychology, vol. 16, nr. 4, pagina’s 663-679
  3. Beasley, RK en Joslyn, M.R. (2001) Cognitive Dissonance and Post-Decision Attitude Change in Six Presidential Elections. Journal of Political Psychology, vol. 22, nr. 3, pagina’s 521 - 540